De oude eiermijn als voorbeeld

In 1902, in een Gelders dorpje, richtte een van mijn voorvaderen een zogenaamde eiermijn op: zo konden de kleine boertjes van de arme zandgronden hun kippeneieren verkopen zonder hun dorp uit te hoeven. Vóór die tijd moesten ze voor een paar eieren te voet twaalf kilometer afleggen naar de weekmarkt in de stad om daar hun eieren te verkopen voor een cent per stuk. En dan met drie cent in de broekzak weer dezelfde lange weg terug naar huis...

Dankzij de samenwerking in de vorm van een eiermijn hadden ze beduidend minder werk en kregen ze ook nog eens een betere prijs: dankzij de vereniging vormde de eiermijn een aanzienlijke marktpartij die sterk stond in de onderhandelingen over de eierprijs.

Daarom geloof ik in de kracht van verenigingen en branche-organisaties.

Oude eiermijn.jpg