Woorden als tijdelijk behang

In navolging van enkele Vlaamse steden heeft gemeente Amsterdam dit voorjaar haar ambtenaren verboden om het woord ‘allochtoon’ nog te gebruiken. Het is waarschijnlijk begonnen met Joëlle Milquet, minister van Gelijke Kansen in het Belgische kabinet: zij vroeg in september 2012 aan alle Vlaamse media om het woord allochtonen niet meer te gebruiken. Achterliggende idee is kennelijk: je kunt de werkelijkheid beïnvloeden door middel van taal.

Met haar verzoek voegt de Vlaamse minister iets toe aan een lange traditie: in de jaren 60 sprak men van ‘gastarbeiders’. Toen dat woord een negatieve bijklank kreeg, werd het vervangen door ‘buitenlandse werknemer’. Toen ook dat woord besmet raakte door de associaties die men erbij kreeg, kwam er weer een ander neutraal woord: immigrante werknemers. Nog geen tien jaar later sprak men van ‘nieuwe Nederlanders’ en weer vijf jaar later van ‘medelanders’. Zo worden woorden die – al dan niet terecht – een negatieve bijklank krijgen, steeds sneller vervangen door een neutraal woord.

Zo is het ook gegaan met de oude vertrouwde poetsvrouw: in de jaren zeventig werd ze plotseling de hulp in de huishouding genoemd en weer twintig jaar later sprak men van de interieurverzorgster. Maar nog steeds zijn er die het goed kunnen en die er minder goed in zijn en wie het niet goed kan, stoot nog steeds dat kostbare beeldje omver of die mooie vaas kapot. De benaming heeft uiteindelijk maar weinig invloed.

Bij andere woorden is het niet voldoende om naar een neutrale variant te grijpen, men wil zelfs woord die de werkelijkheid mooier laten lijken. Zo werd de vroegere achterbuurt eerst een probleemwijk, later een achterstandswijk en via de Vogelaar-wijk spraken we uiteindelijk zelfs even van pracht-wijken! Maar weinigen herkenden zich in die benaming en de term prachtwijk was al snel ook weer in vergetelheid. De werkelijkheid die ons omringt is weerbarstiger dan taal.

Bij wijze van tegenwicht: er zijn ook tal van woorden die “uit de kast” komen: had je in de jaren vijftig nog jeuk aan je bips, later werden dat je billen, je achterste of je achterwerk en tegenwoordig wordt in praatprogramma’s op televisie klakkeloos de hele reeks aanduidingen gebruikt waar ik vroeger meteen een draai voor om de oren zou hebben gekregen.

Kortom: woorden kunnen de wereld tijdelijk mooier, of juist minder mooi laten lijken. Maar veranderen doen ze de wereld maar zelden, daar is meer voor nodig.