Vage taal

Ergert u zich ook zo aan vaag taalgebruik?

Dan kunt u uw hartje ophalen aan de website Vaagtaal.nl die sinds 2008 in de lucht is. Deze website organiseert elk jaar de verkiezing van het vaagste woord van het jaar.

Eind 2013 hebben 1200 deelnemers hun stem uitgebracht. Volgens de stemmers is participatiesamenleving het vaagste woord van 2013. Van een aantal modieuze vaagtaalwoorden heeft de redactie van Vaagtaal.nl een aardig tekstje weten te componeren:

De participatiesamenleving is flink aan het uitbodemen: ondanks de doordachte combinatie van horizontaal beleid en maatschappijbrede integrale samenwerking – doorspekt met een welhaast onontbeerlijk vleugje mindfullness – heeft de overheid moeite om haar taalkundig verantwoorde streefbeleid te halen. Niemand – en dat wil je echt niet weten – schijnt z’n eigen verantwoordelijkheid te nemen, zodat Nederland ondertussen veranderd is in één grote onderwaterhypotheek. Kennelijk was het juiste momentum nog niet daar voor de transitie naar een toekomstvaste structurele oplossing. Is het nu dan dus tijd voor harde beslissingen? Of koersen volk en volksvertegenwoordiging onafwendbaar richting een snoeiharde vechtscheiding?
(bron: Vaagtaal.nl)

Leuke tekst met - inderdaad - nogal wat termen waarvan de betekenis niet direct helder is. Maar het meest opvallend vonden wij toch wel dat er bij de bedoelde vaagtaal ook een groot aantal eenvoudige woorden horen: van woorden als momentum en transitie schrikken we toch niet echt. Ja, er zijn eenvoudiger woorden die hetzelfde betekenen, maar daarmee zijn deze woorden nog niet vaag. Hetzelfde geldt voor woorden zoals toekomstvast, structurele oplossing, onderwaterhypotheek en vechtscheiding?

Laatstgenoemde twee woorden vinden wij niet vaag en ook niet afkeurenswaardig. Integendeel, het betreft hier juist mooie taalvondsten die op een efficiënte manier aangeven wat er wordt bedoeld. "Een hypotheek die hoger is dan de huidige waarde van het betreffende huis" is toch heel wat omslachtiger dan "onderwaterhypotheek". En "een echtscheiding waarbij de echtelieden het nergens eens over kunnen en willen worden" is heel wat wolliger dan het puntige "vechtscheiding". Zouden in de jaren tachtig de woordkunstenaars Van Kooten en De Bie de woorden hebben geïntroduceerd, dan hadden ze de handen van heel taalminnend Nederland op elkaar gekregen. Nu applaudisseren wij, desnoods in ons eentje.